maandag 15 augustus 2011

Chocopot

Tijdens het maken van het huiswerk, herinner ik mij het chocotrauma uit mijn jeugd. Mijn oudste zus verstopte steevast de chocopot, bracht deze te voorschijn aan de ontbijttafel, verbood ons om ervan te eten en liet het haar vervolgens zonder gêne smaken. Wij moesten het stellen met confituur of een banaan.

Nu besef ik waar mijn chocopothamsteren vandaan komt.  Ik voel mij namelijk niet op mijn gemak als er niet minstens één pot in reserve in de voorraadkast staat. Is het niet toevallig dat mijn middelste zus de hele dag niet om aan te spreken is als het ontbijtbuffet op haar vakantiebestemming geen choco voor haar in petto heeft?

De gevolgen van mijn jeugdtrauma’s beperken zich tegenwoordig tot chocopotten. 
Ik ben blij dat ik tot op dit niveau ben geraakt in mijn eigen verwerking!

Naïviteit


Bij het lezen van ‘Elke dag is pleegzorgdag’ slaat mijn stemming om. Vooral het hoofdstuk waarin de auteur een opsomming doet van alle mogelijke commentaren en vragen, die je als pleegouder vanuit je omgeving kan krijgen, werkt ontnuchterend. De vrij cynische commentaren hierop gaan mij nét iets te ver. Zolang de mensen om wie ik geef respect kunnen opbrengen voor mijn engagement, ben ik zeer tevreden. Ik ben niet van plan mij iets aan te trekken van wat anderen te vertellen hebben.

We zijn stap drie pas voorbij en ik ben mijn naïviteit al volledig kwijt. Ik kan mij zelfs niet meer herinneren dat ik ooit een romantische kijk op het zorgen voor een pleegkind had.

Vijf situaties


Om in te schatten wat het voor een pleeggezin betekent om een kind met een achterstand in de ontwikkeling op te nemen, vraagt men om een aantal situaties te lezen en de vragen te beantwoorden.

Ik lees de vijf situaties:
1.   Daantje (5) wordt geplaatst wegens lichamelijke verwaarlozing
2.   Annie (16 maanden) is seksueel misbruikt
3.   Filiz (13) is lichamelijk mishandeld
4.   Anton (11) is emotioneel verwaarloosd
5.   Carla (13) is seksueel mishandeld

Situatie 5 zet mij het meest aan het denken:

Carla werd vaak seksueel misbruikt door de vriend van haar moeder. Carla’s moeder is aan de drugs verslaafd en niet in staat haar te beschermen.
Gedrag: Carla is twee weken in het pleeggezin en is vijandig tegen de pleegmoeder. Ze probeert veel tijd alleen met de pleegvader door te brengen en hem te liefkozen. Ze heeft vaak last van nachtmerries waarover ze weigert te praten. Ze doet geen moeite om vrienden of vriendinnen van haar eigen leeftijd te krijgen.

Zou ik een dergelijke plaatsing in ons gezin aankunnen? Ik denk het niet. Het ‘liefkozen’ van de pleegvader stoort mij in de eerste plaats. Verder maak ik mij zorgen over de invloed die Carla zou uitoefenen op onze dochter. Ik vrees dat ik een dergelijke pleegplaatsing zou weigeren.

Bij de vraag: ‘hoe zou u als pleegouder een goede band met Carla kunnen krijgen’, schrijf ik ‘ik zou het niet weten. Ik heb rond deze materie weinig kennis en kunde’.

In de andere vier situaties verwacht ik vrij sterk te zullen staan om het kind in zijn ontwikkeling te helpen.

Een brief

Een brief kan een extra hulpmiddel zijn bij de voorbereiding van kinderen op pleegplaatsing. Als deel van het huiswerk vraagt men om een brief te schrijven aan het mogelijke kind dat bij ons komt wonen. Ik stel mij een meisje voor van een jaar of zeven, dat Lotte heet. Ik schrijf haar een korte, eenvoudige brief. 

Dag Lotte,  
Binnenkort komen wij bij jou op bezoek. Wij: dat zijn mijn man, mijn dochter van 13 en ik. 
Het zou kunnen dat je voor een tijd bij ons komt wonen.  Dan mag je kiezen of je boven of onder in het stapelbed slaapt. 
Hou je van poezen? Wij hebben er twee. B is onze kater. Die is superlief en wil heel veel geaaid worden. Als hij geen aandacht krijgt, miauwt hij lang en grappig. Z is een kattin. Zij zit niet graag op schoot. Zij kan niet zo goed miauwen. Ze piept eerder als een muisje.  
Aan het einde van onze straat is een speeltuintje. Er zijn schommels, er is een draaimolen en een touwenparcours. Er varen veel schepen voorbij omdat onze straat aan een kanaal ligt. 
Uiteraard hebben wij televisie! Zo’n plat scherm. We spelen ook spelletjes op de computer en op de Nintendo DS.  
Zo, nu ken je ons al een beetje. Als we elkaar binnenkort ontmoeten, vertellen we je alles wat je nog over ons wil weten. OK? 
Tot dan!  
Groetjes 
Dine



Genogram

Ik teken zonder veel poespas mijn genogram en vul de vragen in over de band die ik als kind met mijn gezinsleden had. Ik besef dat graven in het verleden noodzakelijk is om de pleegzorgorganisatie een correct en volledig beeld te geven van mijn persoon. Ik heb er geen moeite mee om die zaken opnieuw op te roepen. 

Derde bijeenkomst

Het onderwerp van vandaag is hechting.

Ik heb laat gewerkt (“zeg dan toch nee, Dine!”) en kon niet nog even naar huis. Mijn dochter trekt goed haar plan, maar toch ervaar ik een gevoel van gemis. Het haalt mij een beetje uit mijn concentratie.

Ik ruil het boek van Annemie Willemse voor een ander boek van dezelfde auteur: ‘Elke dag is pleegzorgdag’ (Lannoo - ISBN 978-90-209-5865-2). 

In deze basisgids vinden aanstaande pleegouders of dichte vrienden en verwanten van pleegouders alle antwoorden op de meest gestelde vragen: hoe word je een pleeggezin? Welke rechten en plichten heb je als pleeggezin? Hoe ga je om met de natuurlijke ouders of de omgeving van de persoon die je opneemt in je gezin?

Het is tegelijk ook een boeiend boek voor beleidsmakers, onderwijsmensen en al wie interesse heeft in pleegzorg.

Het biedt een helder overzicht van alle mogelijke vormen van pleegzorg in Vlaanderen. Boordevol informatie, cijfers, tips en getuigenissen.

Anna vertelt mij dat er ook een getuigenis van haar in het boek is opgenomen.


Elsie gaat alweer het rijtje af. Vandaag hebben we het over onze roots.
Waar komt onze naam vandaan? Wie zijn onze ouders, broers en zussen en hebben wij een goed contact? Zijn er andere mensen in de familie waar we een goede band mee hebben? Het gaat dus over onze eigen hechting.

Nadat Elsie en Anna hun achtergrond uiteengezet hebben, geef ik een summiere, maar eerlijke toelichting over mijn contacten met het thuisfront ‘van over het woatere’.

Elsie bezorgt ons een kopij van een artikel: ‘Diversiteit in pleegzorg… ook op administratief en financieel vlak’. Dit document geeft een vergelijking van subsidiëring via de Bijzondere Jeugdbijstand en subsidiëring via het Vlaams Agentschap voor Personen met Handicap. Voor een pleeggezin kan dit zowel op administratief als op financieel vlak een verschil betekenen. Interessant.

Bij de rubriek zakgeld staat in beide kolommen een bedrag per maand van 21,78 euro voor een kind van 12 tot 14 jaar. Mijn dochter moet het stellen met minder dan de helft van dat bedrag!

Dan volgt een beetje theorie over hoe hechting kan bijdragen tot een continue positieve ontwikkeling van het kind.

Stel je voor

Anna vertelt een verhaal met daarbij de opdracht om na te denken over hoe wij ons zouden voelen in de situatie. Ik leef me in.

Stel je voor: je woont in een eenvoudig huis in een arme buurt. Men geeft je drie minuten de tijd om een aantal spullen in een afvalzak in te pakken. Dan moet je vertrekken. Men brengt je naar een heel sjieke buurt. Daar mag je voortaan wonen in een grote villa met een luxueuze keuken. Je krijgt een nieuwe partner en nieuwe kinderen. 
Hoe voel je je daarbij?
De reacties vanuit de groep zijn heftig. Men vraagt zich vooral af wat men in die afvalzak zou meenemen. Ik vind het grappig dat een kandidaat-pleegvader absoluut niet zonder nagelknipper zou kunnen. Over hechting gesproken!


Anna vraagt: “stel dat iemand anders die afvalzak voor jou zou moeten vullen. Hoe voel je je daarbij?” 

Ze vertelt verder.

Je leeft al enkele maanden in je nieuwe omgeving. Alles valt daar al een beetje in zijn plooi. Weer krijg je te horen dat je de fameuze afvalzak nogmaals mag inpakken om terug naar huis te keren.
Hoe voel je je daarbij? 
Hoe zal het daar zijn? Hebben ze op je gewacht? Misschien heeft je partner al iemand anders?
Na al dat inleven, vraagt Anna om één woord neer te schrijven. Ik schrijf het woord ‘ambetant’ neer. Het is het eerste wat in me opkomt, maar het is absoluut geen referentie voor de gevoelens die zich in een dergelijke situatie manifesteren.

Woorden als ontreddering, pijnlijk, wanhoop, ontheemd passeren de revue.

Omdat we als huiswerk onder andere een genogram (= een stamboom) dienen te maken, tekent Elsie bij wijze van voorbeeld haar eigen familiegeschiedenis uit. Dat lijkt me niet moeilijk.

Mijn verlangen om bij mijn dochter te zijn wordt nog op de proef gesteld door file op de ring. Als ik haar dan eindelijk in mijn armen sluit, denk ik even aan de termen ‘buikmama’ en ‘hartmama’ van Anna. Wat mijn dochter betreft, voel ik mij  ‘full body and mind mama’.

Verlies-inventarisatiewerkblad

Het verlies-inventarisatiewerkblad is een tabel, die er als volgt uitziet:

leeftijd 
soort verlies en omstandigheden
ontvangen hulp
gevolgen in uw leven





Ik ben uren zoet met het neerschrijven van de negen grote verliesmomenten in mijn leven. Om het geheel wat op te leuken, las ik er af en toe een gedicht tussen.

Kleine jongen, lang geleden werden wij uiteengerukt.
Op je fietsje overreden, helemaal ineengedrukt.
Kleine jongen zal je blijven en ik een volwassen vrouw
die steeds verder weg gaat drijven van herinnering aan jou.


wie mij liefheeft stelt zich op aan mijn linkerzij
deelt verhalen over menselijke rariteiten met mij
rijdt per toeval een voertuig de conversatie voorbij
komt het plot zwaar ten val in auditieve averij



Ook voor mijn dochter inventariseer ik de verliesmomenten in haar jonge leven.
Ik vind er vijf, die gelukkig goed verteerbaar zijn gebleken.

Na dit huiswerk ben ik vrij emotioneel. Alle donkere momenten uit ons leven terug naar boven halen, is niet van de poes. Ik kijk veel liever vooruit, oplossingsgericht. Ik merk dan ook dat de laatste kolom vol positieve boodschappen staat. Een duidelijk teken dat ik er al goed tegenaan ben gegaan om de moeilijkheden die zich in mijn leven hebben voorgedaan te verwerken.

Een nieuw verliesmoment dient zich aan. We krijgen namelijk bezoek van een moeder en haar tweejarige dochter. Zij zijn kandidaat-adoptiebaasjes voor onze pleegpoes Juksel.

We hebben deze knappe kater binnengenomen en anderhalve maand lang liefdevol verzorgd. Hij was namelijk een beetje ziek na een mogelijk lange periode als dakloze.

Onze bezoekers zijn duidelijk verkocht en Juksel vertrekt naar zijn nieuwe leventje.

Dag lieve pleegpoes, het ga je goed!